Sociaal inkopen

Gemeenten en andere overheden bevorderen graag de (lokale) werkgelegenheid voor mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Er zijn allerlei – wettelijke – mogelijkheden die ze daarbij kunnen benutten.

Hieronder vindt u een overzicht. Ook wordt ingegaan op de ontwikkelingen in de Aanbestedingswet.

Stand van zaken

Gemeenten en andere overheden hebben met de manier waarop zij diensten inkopen grote invloed op (lokale) werkgelegenheid voor arbeidsbeperkten. Zij beschikken over verschillende mogelijkheden:

  • Als een overheidsinstelling een opdracht aanbesteedt, kan zij bij de gunning daarvan een social return eis stellen. Bij de uitvoering van de opdracht wordt dan afgesproken dat de leverancier (leer)werkplekken en stageplekken voor bijvoorbeeld jongeren met een beperking of langdurig werklozen inzet.
  • De inschrijving op een aanbesteding kan worden voorbehouden aan sociale werkbedrijven. Bij de uitvoering daarvan moeten dan wel merendeels mensen met een arbeidshandicap zijn betrokken. Dit is geregeld in artikel 2.82 van Aanbestedingswet. Tot voorjaar 2013 was dit geregeld in artikel 19 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten/Bao.
  • Gemeenten kunnen opdrachten (quasi)inbesteden bij (het sociale werkbedrijf van) de Gemeenschappelijke Regeling waaraan zij zelf deelnemen. Er is dan geen aanbestedingsprocedure nodig.
  • Gemeenten kunnen tenslotte ook, zonder te hoeven aanbesteden, het alleenrecht voor het uitvoeren van opdrachten gunnen aan bijvoorbeeld hun eigen sociaal werkbedrijf. Dit is aan strikte voorwaarden verbonden.

Als leverancier van diensten kunnen SW-bedrijven inschrijven op opdrachten van aanbestedende diensten zoals de gemeente. Hier komen verschillende belangen samen: het uitvoeren van deze overheidsopdrachten wordt benut om sociale werkgelegenheid te bevorderen. Rijk, provincie en gemeente dragen bij aan werk en ontwikkeling voor de doelgroep.
SW-bedrijven kopen zelf ook goederen en diensten in. Voor een deel van die opdrachten moet het SW-bedrijf zelf ook aanbesteden. Net als andere overheidsinstellingen moeten SW-bedrijven boven een bepaald drempelbedrag hun leverancier selecteren volgens wettelijk geregelde aanbestedingsprocedures. Voor decentrale overheden geldt vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 een drempelwaarde voor overheidsopdrachten voor leveringen en diensten van € 207.000,- exclusief BTW.

Het Cedris-lidmaatschap biedt de SW-bedrijven in dat opzicht een voordeel. Voor de grootste inkoopposten kunnen zij deelnemen aan collectieve raamovereenkomsten. Bijvoorbeeld voor de inkoop van energie, wagenpark, bedrijfskleding en bedrijfsrestauratieve voorzieningen hoeven zij zelf geen aanbestedingsprocedure uit te voeren. Dit verloopt via de commissie Gezamenlijke Inkoop door collectieve aanbestedingen uit te schrijven.

Het sociaal werkbedrijf als marktpartij


Overheidsorganisaties die vanuit hun taak goederen en diensten aanbieden, begeven zich op de markt vanuit een bijzondere positie. Zij concurreren daarbij met het bedrijfsleven. Verschillende overheidsmaatregelen zijn van kracht om ongewenste effecten, zoals verstoring van de marktwerking, te voorkomen. Deze maatregelen hebben ook invloed op de bedrijfsvoering van sociale werkbedrijven.

Mededingingswet, Markt en overheid


De wet Markt en overheid legt overheidsinstellingen die zich op de markt begeven, vier gedragsregels op. Die hebben te maken met doorberekening van integrale kosten in de verkoopprijs, bevoordelingsverbod, hergebruik van gegevens en functiescheiding.

Voor economische activiteiten uitgevoerd door een SW-bedrijf waarop artikel 5 van de WSW van kracht is, gelden de twee eerstgenoemde gedragsregels niet. WSW artikel 5 verbiedt de gemeente  namelijk al Het college bedingt voor de door zijn werknemer verrichte arbeid dan wel voor ten gevolge van zijn arbeid geleverde goederen of diensten een vergoeding, die de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord mag beïnvloeden.

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven

De Eerste Kamer ging eind 2014 akkoord met het wetsvoorstel overheidsondernemingen. Deze voert met ingang van 2016 de vennootschapsbelastingplicht in voor overheidsondernemingen. 

Private werkgevers hebben lang gepleit voor uitbreiding van deze belastingplicht naar overheden die marktactiviteiten verrichten. De wetswijziging neemt een belangrijk fiscaal concurrentievoordeel van de overheid weg. Er ontstaat voor private en publieke ondernemingen een gelijk speelveld voor commerciële activiteiten. 2015 geldt als invoeringsjaar. De VNG ondersteunt gemeenten bij de invoering ervan.


De wetgeving voorziet niet in een generieke vrijstelling van de SW-sector. Volgens de wet worden zij als onderneming beschouwd. Bij de uitoefening van hun overheidstaak treden zij in concurrentie met andere bedrijven.

Verzelfstandigde SW-bedrijven dragen, voor zover zij winst maken, al vennootschapsbelasting af. De overige SW-bedrijven worden, net als andere overheidsondernemingen, binnenkort in beginsel Vpb-plichtig voor hun re-integratietaken, tenzij… De invulling van deze tenzij-bepaling, de juridische status van het SW-bedrijf en het gegeven of er winst wordt gemaakt is belangrijk om in te schatten of een SW-bedrijf binnenkort wordt aangeslagen voor deze belasting. Aan de hand van het (gemengde) takenpakket van het SW-bedrijf en de juridische status kan dit het beste met de eigen belastinginspecteur worden besproken. Mogelijke vrijstellingen kunnen in beeld komen via stroomschema’s.

Ontwikkelingen Aanbestedingswet, voorbehoudsmogelijkheid

Het Nederlandse aanbestedingsrecht is gebaseerd op Europese richtlijnen. De Aanbestedingswet 2012 werd na een lange voorbereiding, nog niet zo lang geleden van kracht: voorjaar 2013. Deze wetswijziging had onder meer tot doel het terugdringen van bureaucratie voor inschrijvers, het bieden van afzetkansen voor kleinere ondernemers en het bieden van één wettelijk kader voor aanbestedingen boven én onder de Europese drempelbedragen. Belangrijk voor de sector was, dat de Aanbestedingswet 2012 de eerder bestaande mogelijkheden om sociaal in te kopen niet heeft doorkruist. Dit betreft het voorbehoudartikel, het inbesteden, het quasi-inbesteden en het alleenrecht. Gemeenten behielden de mogelijkheid hun opdrachten één-op-één te gunnen.

Op het voorbehoudartikel is binnenkort wel een wijziging te verwachten. De Aanbestedingswet 2012 wordt momenteel aangepast aan gewijzigde Europese richtlijnen. Dit heeft gevolgen voor de reikwijdte artikel 2.82. Die wordt in twee opzichten breder:

  • De groep ‘sociale werkplaatsen’ waarvoor het voorbehoudsartikel geldt wordt uitgebreid met: sociale ondernemingen met als hoofddoel de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten én – nu ook toegevoegd - kansarmen.
  • Het percentage medewerkers dat deze bedrijven zij uit de doelgroep in dienst moeten hebben - / dat zij bij de uitvoering van de opdracht moeten inschakelen – wordt verlaagd van 50% naar 30%.

Banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

Werkgeversorganisaties en de Tweede Kamer hebben aandacht gevraagd voor de reikwijdte van uitbesteed werk / contracting bij het realiseren van de banenafspraak. Voor overheidsinstellingen is het van belang te weten of (bij SW-bedrijven) ingekochte  diensten meetellen voor de banenafspraak en/of het quotum. De staatssecretaris heeft gemeld dat niet het geval is . Het is, in tegenstelling tot bij (groeps)detachering,  niet bekend welke personen bij de uitvoering van die taken (zoals schoonmaak, catering) betrokken zijn. Mensen uit de doelgroep die werken in (ingekochte) dienstverlening tellen wél mee bij de sector van hun formele werkgever, derhalve niet bij de inkopende werkgever.
Het Kabinet onderzoekt op verzoek van de Kamer of er bij de quotumheffing rekening kan worden gehouden met inkoop van diensten die bij/via sociale ondernemingen worden uitgevoerd. Het resultaat van dit onderzoek is nog niet bekend.

Wat vindt Cedris?

Aanbestedingswet, staatssteun

Cedris vindt dat in de aanbestedingswetgeving en de staatssteunregels voldoende mogelijkheid moet zijn voor sociaal inkopen en het creëren van sociale werkgelegenheid. Ook nu de Europese richtlijnen zijn gewijzigd, moet hiervoor in de nationale wetgeving genoeg ruimte blijven voor sociale werkbedrijven en sociale ondernemingen. Dit was ook één van de speerpunten in de lobby van Workability Europe, het internationale platform waarbij Cedris lange tijd als (bestuurs)lid actief was.

Cedris pleit ervoor dat de wettelijke ruimte die overheden hebben om sociaal in te kopen, optimaal wordt benut. Lokale en regionale beslissers en inkopers bij publieke organisaties moeten goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden én deze ook toepassen. Er is, zonder de markt te verstoren, vaak méér wettelijke ruimte dan men denkt om sociale criteria te hanteren bij inkoop.

VPB-plicht

Gezien de achtergrond van deze wetswijziging ligt een generieke vrijstelling voor de Wsw-sector niet voor de hand. Maar de wetswijzigingen die een gelijk speelveld voor ondernemers moeten creëren mogen, zo vindt Cedris, niet leiden tot verdere lastenstijgingen. Noch administratief, noch financieel.  Afdracht van vennootschapsbelasting vergt voor gemeenten en (inter)gemeentelijke instellingen een fors andere inrichting van de administratieve organisatie. Een belastingafdracht komt voor de SW-bedrijven die hiermee te maken krijgen bovenop eerdere budgetkortingen en lastenstijgingen uit hoofde van andere wettelijke maatregelen. Denk hierbij aan de fors verhoogde lasten vanwege de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) en binnenkort de transitievergoedingen uit hoofde van de Wet Werk en Zekerheid.

Participatiewet

De invoering van de Participatiewet wijzigt in veel opzichten de taken en de positionering van de SW-bedrijven. Voor zowel de mensen die (intern) beschut werken als voor het werken-op-locatie moeten er voldoende opdrachten zijn. Om de doelgroep ook in de nieuwe situatie voldoende passende werkgelegenheid te kunnen blijven bieden, moet er ruimte blijven voor ondernemerschap in de sector. Zowel de oorspronkelijke SW-bedrijven als de sociale ondernemers zijn gebaat bij voldoende (extra) ruimte om dit aangepaste werk te organiseren.

Wat doet Cedris?

Cedris informeert de leden via nieuwsberichten en goede voorbeelden. Zo wordt duidelijk hoe de ruimte kan worden benut om sociaal aan te besteden en kunnen de Cedris-leden lokale en regionale beslissers en inkopers overtuigen van de wettelijke ruimte voor sociale aspecten bij inkoop.
In de Participatiewet staan enkele verwijzingen naar de in dit dossier vermelde regelingen.  Mede aan de hand van enkele juridische adviezen en analyses brengt Cedris binnenkort in kaart welke gevolgen deze verwijzingen hebben voor het (markt)handelen van de uitvoerders van de Wsw en de Participatiewet.