Een optimale weg naar participatie

In dit dossier wordt onderzocht welke inrichtingskeuzes gemeenten moeten maken op het terrein van werk en inkomen. Plus de bedrijfsmatige overwegingen die hierbij een rol spelen.

Programma over optimalisering door samenwerking in de keten


Naast de activiteiten gericht op optimalisering binnen de SW-sector kent het optimaliseringsprogramma nog een derde spoor dat is gericht op optimalisering van de gemeentelijke keten(s) van werk en inkomen. Dit spoor is ingebed in het ondersteuningsprogramma van de Programmaraad waarin Cedris samenwerkt met Divosa, UWV en VNG. Onder de titel ‘Een Optimale weg naar participatie’, wordt onderzocht welke inrichtingskeuzes gemeenten moeten maken op het terrein van werk en inkomen en welke bedrijfsmatige overwegingen hierbij een rol spelen. Gemeenten hebben behoefte aan inzicht in de financiële consequenties van de beleidskeuzes die zij maken. Maar men zoekt ook naar de samenhang tussen keuzes op het niveau van visie, beleid en uitvoering (waar SW bedrijven en sociale diensten opereren) en de financiële consequenties. Door inzicht in deze samenhang kunnen gemeenten beter geïnformeerd besluiten nemen over de inzet van middelen en de inrichting van (nieuwe) processen onder de participatiewet. De instrumenten die ontwikkeld worden, helpen bestuurders en gemeenten het instrumentarium voor hun burgers optimaal in te richten op de bevordering van zelfredzaamheid en preventie van uitkeringsafhankelijkheid op grond van afwegingen over de kosten- en baten. 

De uitkomsten van het programma zijn niet alleen in de eerste implementatiefase van de Participatiewet relevant, maar blijven dat ook in de komende jaren. Het onderzoek wijst uit dat er grote verschillen zijn in hoever gemeenten gevorderd zijn bij de (her)inrichting van de uitvoering. Sommige gemeenten staan nog aan het begin en zijn tot op zekere hoogte nog zoekende, anderen hebben al veel keuzes gemaakt en zitten in een fase van fine-tuning, maar nergens is het hele proces al afgerond. Bij de uitvoering van het eerste deel van het programma, zijn noodzaak en relevantie van het onderzoek nadrukkelijk gebleken.

Stand van Zaken

Het programma kent een gefaseerde aanpak, waarbij de bevindingen van de eerste fase eind november 2014 zijn vastgelegd in een rapport. Vervolgens is op 16 april jl. een uitgewerkt sturingsmodel gepresenteerd: de opbrengst van de tweede fase waarin grondig onderzoek is gedaan naar en mét het management van Sociale Diensten en SW-bedrijven. In het rapport worden de fundamentele keuzes toegelicht waar gemeenten, die de Participatiewet moeten uitvoeren, voor staan. Op een herkenbare manier wordt beschreven dat naast een visie op de benodigde ondersteuning en dienstverlening aan de doelgroep van de Participatiewet en de werkgevers, ook beleidskeuzes gemaakt moeten worden rondom specifieke doelgroepen (‘welke voorzieningen worden al dan niet ingezet’) en keuzes over de financiële sturing (‘op welke wijze worden de verschillende budgetten al dan niet ingezet’). Tenslotte moeten belangrijke keuzes gemaakt worden over de wijze waarop de uitvoering wordt georganiseerd en de processen ingericht. In het rapport is dit kernachtig samengebracht tot 19 fundamentele keuzes. Bij een aantal gemeenten is hiermee getoetst waar zij staan in de implementatie van de Participatiewet. Daaruit bleek dat veel gemeenten nog geen antwoord hebben op al deze voorliggende keuzes. Ook werd duidelijk dat dit rapport voor deze gemeenten een handzaam overzicht biedt dat helpt te bepalen op welke issues de komende periode nog stappen moeten worden gezet. Zo biedt dit sturingsmodel een gestructureerde agenda waarmee gemeenten kunnen bepalen op welke onderdelen nog een verdere uitwerking nodig is om de Participatiewet tot een succes te kunnen maken.

Bij de achtergrondinformatie vindt u een volledig overzicht van de documenten uit het programma 'Een optimale weg naar participatie'.  

Wat vindt Cedris?


De invoering van de Participatiewet brengt met zich mee dat vanaf 2015 meer moet gebeuren met minder geld. Cedris vindt dat de schaarse middelen zo efficiënt mogelijk moeten worden ingezet. Het optimaliseringsprogramma dat Cedris in samenwerking met Robert Capel heeft uitgewerkt, is bedoeld om dit doel zowel regionaal als op bedrijfsniveau te ondersteunen. Een hele uitdaging is het om ook de kennis en ervaring met optimalisering breder in te zetten en te onderzoeken hoe de in keten het verdienvermogen geoptimaliseerd kan worden. Daarbij moet nauw worden aangesloten bij de bestaande praktijk. In een constructieve zoektocht naar nieuwe werkwijzen, waarbij partijen gebruik maken van elkaars kracht en expertise, kunnen mooie dingen opbloeien die helpen de bedrijfsvoering in de keten te verbeteren en besparingen te realiseren voor een efficiënte en effectieve uitvoering van de Participatiewet. Het is onze taak om dit proces met herkenbare kennis en praktische handvaten te ondersteunen.

Wat doet Cedris?

Het proces van herinrichting van de gemeentelijke organisaties rondom kwetsbare doelgroepen met een afstand tot de arbeidsmarkt zal op veel plaatsen een proces van jaren zijn. Om dit proces te ondersteunen en beslissers en beleidsmakers daarbij te helpen wordt het model in de laatste fase van het programma verder ontwikkeld tot een on-line ‘thermometer’. Daarmee kunnen afzonderlijke gemeenten gemakkelijk de stand van zaken ten aanzien van besluitvorming en implementatie (visueel) in beeld brengen. Dit instrument zal – samen met een rekenmodel dat volgens dezelfde systematiek per gemeente inzicht geeft in de omvang van de doelgroepen, budgetten en verwachte uitgaven – vóór de zomer van 2015 beschikbaar zijn.