Wet Banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

De banenafspraak houdt in dat er tot 2025 125.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking worden gerealiseerd. Alle werkgevers kunnen voor deze extra banen (=extra plaatsingen) zorgen.

In 2015 is de Wet Banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten aangenomen. De Banenafspraak kwam tot stand als onderdeel van het Sociaal Akkoord (goedgekeurd april 2013) en ondersteunt de Participatiewet. De banenafspraak houdt in dat er tot 2025 125.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking worden gerealiseerd; in totaal 100.000 banen in de marktsector en 25.000 bij de overheid. Alle werkgevers, grote en kleine werkgevers, kunnen voor deze extra banen (=extra plaatsingen) zorgen. Als deze vrijwillige afspraak tussen kabinet en werkgever te weinig banen oplevert, wordt de quotumregeling geactiveerd. Om het quotum af te wenden dienen private werkgevers in 2017 in totaal 10.000 extra banen gerealiseerd te hebben. Dit is inclusief de 5.000 banen die in het proefjaar 2014 gecreëerd zijn. Het eerste jaar waarin dat wordt beoordeeld is 2016. Er wordt dan gekeken of de sector markt en de sector overheid de voor 2015 afgesproken aantallen hebben gehaald. De sector markt moet dan (ten opzicht van de nulmeting) 6.000 extra banen hebben gecreëerd en de sector overheid 3.000.  Dit is inclusief de banen die in het proefjaar 2014 zijn gerealiseerd.

Hieronder vindt u de belangrijkste punten rondom de banenafspraak en quotumwet. Een uitgebreid overzicht met vragen en antwoorden voor werkgevers vindt u in het kennisdocument over de banenafspraak en quotum.

Wie komt er in aanmerking voor de banenafspraak?

De doelgroep voor de banenafspraak bestaat uit:

  • Mensen die onder de participatiewet vallen en die geen wettelijk minimumloon kunnen verdienen.
  • Mensen met een Wsw-indicatie
  • Wajongers met arbeidsvermogen
  • Mensen met een Wiw-baan of ID-baan
  • Leerlingen uit het VSO-onderwijs

De sociale partners en gemeenten hebben afgesproken dat mensen op de Wsw-wachtlijst en Wajongers de eerste jaren voorrang krijgen bij het plaatsen op een baan.

Doelgroepregister

De mensen uit de doelgroep komen bij het UWV in een doelgroepregister te staan. Mensen met Wsw-indicatie, Wajongers met arbeidsvermogen en mensen met een Wiw-baan of ID-baan zijn sowieso opgenomen in het doelgroepregister. Ook schoolverlaters van het speciaal onderwijs (VSO) worden sinds 25 november 2015 zonder beoordeling van het UWV opgenomen in het doelgroepregister. Andere mensen die vallen onder de Participatiewet worden in het doelgroepregister opgenomen zodra het UWV heeft beoordeeld dat zij tot de doelgroep behoren.

Bij de indicatie bekijkt het UWV of de persoon in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Op verzoek van de gemeente kijkt het UWV of iemand in staat is zogenoemde drempelfuncties uit te voeren. Dat is een functie die voorkomt op de Nederlandse arbeidsmarkt en die een lichte belasting van iemand vraagt. Is iemand hiertoe niet in staat, dan is hij niet in staat om het wettelijk minimumloon te verdienen.

Monitoren banenafspraak

Het ministerie van SZW monitort periodiek op landelijk niveau hoeveel mensen uit de doelgroep er ten opzichte van de nulmeting extra geplaatst zijn. Een nulmeting is gedaan over de periode december 2012. Daaruit blijkt dat er op dat moment 63.837 mensen uit de doelgroep werkzaam zijn.

Een tussentijdse meting van SZW zelf geeft een eerste indicatie over het verloop van de banenafspraak.
De cijfers zijn eind november 2015 ook uitgesplitst op regioniveau zodat arbeidsmarktregio's de eigen voortgang kunnen volgen ten opzichte van de andere regio's.

In het eerste kwartaal van 2016 wordt een tweede meting uitgevoerd over de periode december 2015. SZW zal de monitor laten uitvoeren door een onderzoeksbureau dat ook de volgende metingen zal verrichten. Deze volgende metingen worden jaarlijks herhaald.

Deze meting gebeurt voor de markt en de overheid onafhankelijk. Indien in een bepaald jaar blijkt dat het aantal extra banen in een sector niet is gerealiseerd, kan het quotum worden geactiveerd.

 

Aanpassingen doelgroepregister

De aanmeldingen voor het doelgroepregister liepen sterk achter bij de verwachting. Staatssecretaris Jetta Klijnsma heeft op een aantal punten de criteria versoepeld en sluit verdere vereenvoudiging niet uit. Dit is mede op advies van de Werkkamer. De belangrijkste wijzigingen:

  • Leerlingen van het speciaal onderwijs (VSO) kunnen zich rechtstreeks bij het UWV melden: ze worden direct in het doelgroepregister geplaatst. Het UWV beoordeelt hen niet meer.
  • Leerlingen van praktijkopleidingen (PrO) kunnen zich zonder doorverwijzing van de gemeente rechtstreeks bij het UWV melden. Het UWV beoordeelt nog wel of zij in aanmerking komen voor het doelgroepregister. PrO-scholen kunnen het UWV informatie meegeven over de leerling die door het UWV wordt meegewogen bij de beoordeling.
  • Het UWV brengt de beoordeling van kandidaten voor het doelgroepregister niet meer in rekening bij gemeenten. De keuringen worden centraal gefinancierd.
  • Bij afkeuring Wajong-2015 kijkt UWV meteen of iemand hoort tot de doelgroep Banenafspraak of - vermoeden van - beschut, zonder dat er voor gemeenten verplichtingen aan vast zitten.
  • Kandidaten kunnen rechtstreeks naar het UWV gaan om zich te laten indiceren voor de doelgroep banenafspraak, bijvoorbeeld als er een directe match is tussen werkgever en werknemer, zonder bemiddeling van de werkgever. Ook dan kan UWV aangeven of mensen in aanmerking komen voor beschut werk en zijn gemeenten niet verplicht die plaatsing te regelen.

Het volledige overzicht vindt u in de twee brieven die staatssecretaris Klijnsma hierover heeft geschreven: op 27 november 2015 en op 8 mei 2015. Ook in de loonwaardemeting zijn zaken vereenvoudigd.

 

Welke banen tellen mee voor de banenafspraak?

  • Een extra baan is een extra plaatsing op een reguliere baan van iemand van de doelgroep ten opzichte van 1 januari 2013.
  • Banen tellen mee als ze 25,50 uur per week bedragen. Kleinere banen tellen mee naar rato.
  • Detacheringen tellen óók mee. Ze tellen mee bij de sector (markt of overheid) waar ze feitelijk werken. Zij tellen dus niet mee bij de sector van hun formele werkgever (de uitlenende werkgever).
  • Ook (nieuwe) detacheringen van mensen met een Wsw-dienstbetrekking tellen mee. Een voorwaarde daarbij is wel dat er landelijk net zoveel nieuwe beschutte werkplekken worden gerealiseerd. De reden is dat de baanafspraken moeten leiden tot nieuwe werkgelegenheid en mensen met een Wsw-dienstbetrekking hebben al een baan.

Van belang bij de baanafspraak is dat hier alleen ‘macro’ of landelijk wordt geteld. Er wordt dus niet gekeken hoe individuele werkgevers presteren, er is ook geen sprake van een boete.

De aantallen te creëren banen over de jaren heen:

Banenafspraak
Jaar201520162017201820192020202120222023202420252016struv
Overheid3.06.510.012.515.017.520.022.525.025.025.025.025.0
Markt6.014.023.031.040.050.060.070.080.090.0100.0100.0100.0

In 2016 wordt voor het eerst beoordeeld of er extra banen in 2015 zijn gekomen.

 

Quotum

De quotumheffing gaat van kracht als er onvoldoende extra banen per sector zijn. In 2016 wordt voor het eerst beoordeeld hoe het loopt met de baanafspraak. Het quotum geldt alleen voor werkgevers met 25 of meer werknemers. Als het quotum wordt ingevoerd, worden de eerste heffingen op zijn vroegst in 2018 opgelegd over 2017.

UWV beoordeelt dan op basis van een vergelijking van het doelgroepenregister met de polisadministratie of een bedrijf het quotumpercentage vervuld heeft. Hierbij is niet relevant of werknemers voor of na 1 januari 2013 in dienst zijn gekomen. Detacheringen en uitzendwerk bij de inlenende werkgever tellen sowieso mee.

Indien er een quotumtekort is, legt de Belastingdienst een quotumheffing van €5.000,- per jaar op per niet vervulde baan.

Wat vindt Cedris?

Cedris ziet veel kansen in de baanafspraak. Sociale werkbedrijven zien veel mogelijkheden om werkgevers te laten profiteren van het talent van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Nu al werken ruim 35.000 mensen via sociale werkbedrijven bij gewone werkgevers. Dat is bijna de helft van het totaal aantal banen uit de nulmeting.

Wel leert de ervaring dat het niet vanzelf gaat. Over het algemeen zijn er aanpassingen nodig in het werk of werkproces om mensen met een beperking succesvol aan de slag te helpen. Niet elke werkgever heeft - ook gezien de aard van de werkzaamheden - de mogelijkheden om op grote schaal mensen aan de slag te helpen of in dienst te nemen. 

Cedris wil graag dat alle werkgevers op hun eigen manier bij kunnen dragen aan het realiseren van de baanafspraak. Daarom is het een goede zaak dat ook detacheringen meetellen bij de baanafspraak. Op een steeds flexibelere arbeidsmarkt biedt dat veel meer mogelijkheden om mensen aan de slag te helpen.

Een volgende stap is om ook inkoop van diensten mee te laten tellen. Een bedrijf kan immer ook bijdragen aan werkgelegenheid door er bewust voor te kiezen catering, groen, schoonmaak of inpakwerk te laten doen voor bedrijven die werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Cedris vindt het belangrijk dat het doelgroepregister en het ‘tellen’ zo weinig mogelijk rompslomp en belemmeringen opleveren voor werkgevers en gemeenten. Tijd, geld en moeite moet vooral gaan zitten in het daadwerkelijk realiseren van een match met de werkgever. Op dit moment sluiten de indicaties van eht doelgroepregister te weinig aan bij de loonwaarden die mensen realiseren in de praktijk.

De aanpassingen van staatssecretaris Klijnsma van november 2015 en mei 2015 zijn een stap vooruit. Cedris vindt dat er daarnaast een 'praktijkroute' naar het doelgroepregister moet komen. Dat houdt in dat een gevalideerde loonwaardemeting op de werkvloer ook toegang verschaft tot het doelgroepregister. Als op de werkvloer is vastgesteld dat iemand het minimumloon niet kan verdienen, is de indicatie van het UWV dubbel werk. Bovendien blijkt dat de drempelfuncties aan de hand waarvan UWV toetst of mensen het minimumloon kunnen verdienen te ver afstaan van de praktijk. Zie ook artikel Werkt. over doelgroepenregister.

Wat doet Cedris?

Cedris informeert het ministerie, de Werkkamer en de Tweede Kamer over de consequenties van de voorgenomen afspraken en de uitvoering daarvan. Zo tellen, mede op advies van Cedris, nu detacheringen mee voor de baanafspraak. Cedris zoekt daarbij de samenwerking met VNG, Divosa en de werkgevers.

Cedris werkt nauw samen met Locus Netwerk om nationale werkgevers te informeren en enthousiasmeren over werken met mensen met een arbeidsbeperking. Verder wordt er gezocht naar mogelijkheden om werkgevers te ondersteunen bij het realiseren van de extra banen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met VNO-NCW/MKB Nederland, diverse branches en Locus.

Cedris informeert haar leden continu over de laatste ontwikkelingen rondom deze wet. Daarnaast monitort en publiceert Cedris de ontwikkelingen. Cedris maakt in samenwerking met SZW, NWV en AWVN communicatiemiddelen waarmee sociale werkbedrijven regionaal hun werkgevers kunnen informeren over werken met mensen met een arbeidsbeperking.

Cedris denkt met de VNG, UWV en Divosa mee in de Programmaraad over hoe de administratieve rompslomp rond de baanafspraken zo beperkt mogelijk gehouden kan worden. In dat kader pleit Cedris voor een 'praktijkroute' naar het doelgroepregister. Hierover is inmiddels een motie aangenomen in de Tweede Kamer. In het voorjaar van 2016 bekijkt het ministerie of de indicatie van het UWV voor het doelgroepregister verder wordt aangepast.

Cedris pleit ervoor ook inkoop van diensten mee te laten tellen voor de baanafspraak Met een aantal partijen heeft Cedris een position paper aangeboden aan de Tweede Kamer. Op dit punt is inmiddels een motie aangenomen. SZW doet nader onderzoek naar de uitwerking hiervan.

SZW start in januari 2016 met een klankbordgroep inkoop van diensten. SZW laat door een bureau onderzoeken wat beleidsmatige en technische voor- en nadelen zijn van een oplossing voor het meetellen van inkoop van diensten. In april 2016 moet dit onderzoek zijn afgerond, zodat SZW rond de zomer van 2016 een besluit kan nemen over het meetellen van inkoop van diensten.



ACHTERGROND

Nieuws van Cedris
28-02-2017Kennisdocumenten Banenafspraak, Participatiewet, beschut werk aan de actualiteit aangepast
14-02-2017WerkWeek ‘Matchen op werk’ voor de aanpak van jeugdwerkloosheid; duizenden banen voor kwetsbare jongeren
10-02-2017Landelijke Dag van de Duizend Voorbeelden – een schouderklopje voor ondernemers
03-02-2017Terugblik webinar over de Praktijkroute
03-02-2017Regionale trendrapportage banenafspraak - derde kwartaal 2016
26-01-2017Voorinschrijving Praktijkdagen 2017
19-01-2017Tweede Verzamelbrief 2016 verschenen
19-01-2017Vernieuwde rekentool Loonkostensubsidie
12-01-2017Webinar Praktijkroute op 31 januari 2017
12-01-2017Werk en inkomen: welke regels zijn veranderd per 1 januari 2017?
08-12-2016Factsheets banenafspraak per regio
08-12-2016Participatiewet en inclusieve arbeidsmarkt vertraagt
15-09-2016Inspectie SZW vreest dat banenafspraak niet gehaald wordt
08-09-2016Leernetwerk Banenafspraak in september van start
08-09-2016Vragen en antwoorden over de éénmeting banenafspraak
01-09-2016CBS: arbeidsgehandicapten vaker inactief op arbeidsmarkt dan resultaat banenafspraak suggereert
09-06-2016Eerste bijeenkomst lerend netwerk Banenafspraak
03-06-2016Wie valt er in het doelgroepregister?
02-06-2016Nieuw E-magazine Samen voor meer Banen helpt werkgevers bij invulling Banenafspraak
02-06-2016Voor succesvolle aanpak werkloosheid is nieuw sociaal contract noodzakelijk
02-06-2016Start campagne arbeidsmarktdiscriminatie
Vragen en antwoorden werkgever over banenafspraak en quotum (kennisdocument SZW, oktober 2015)
Staatssecretaris Klijnsma: aanpassing regels loonwaardebepaling en toegang doelgroepregister, 27 november 2015
Een pleidooi van Cedris, Social Enterprise, PSO Nederland en Vebego voor erkenning van sociale ondernemingen en de mogelijkheid om sociaal inkopen mee te laten tellen voor het quotum
Werkt. over het doelgroepregister