WSW

Met de komst van de Participatiewet is de Wet Sociale Werkvoorziening afgesloten voor nieuwe instroom. Iedereen die op 31 december 2014 een WSW-dienstverband had, behoudt zijn status als WSW-geindiceerde.

Stand van zaken

Op het moment dat de Participatiewet in werking trad, is de WSW afgesloten voor nieuwe instroom.

Iedereen die op 31 december 2014 in WSW-verband werkte, behoudt zijn status als ‘geïndiceerde’. Dit is geregeld in de per 1 januari gewijzigde WSW.

WSW-indicatie

  • In de laatste 16 weken van 2014 (met een kleine doorloop tot in 2015) heeft UWV de allerlaatste WSW-indicatieverzoeken afgehandeld. Wie tot de doelgroep is gerekend heeft geen WSW-aanbod gekregen maar is op de wachtlijst geplaatst.
  • Van iedereen die daar op 31 december 2014 op stond is de WSW-indicatie vervallen. Afhankelijk van hun uitkeringssituatie vallen zij onder de re-integratieverantwoordelijkheid van de gemeente of van UWV.
  • Wie eind 2014 een WSW-indicatie had, wordt automatisch (via de WSW-statistiek-gegevens) opgenomen in het doelgroepregister voor de banenafspraak. Zij vallen nu onder de Participatiewet

Rechten en plichten WSW’ers

  • Iedereen die op 31 december 2014 in WSW-verband werkte, houdt zijn rechten en plichten. Dat wil zeggen dat ook de periodieke herindicatie van toepassing blijft.
  • WSW’ers – behalve medewerkers die begeleid werken in de cao van hun werkgever - vallen onder de WSW-cao. Meer informatie over cao in het dossier arbeidsvoorwaarden
  • WSW’ers met een vast dienstverband houden recht op een werkplek. Zij kunnen niet ontslagen worden als gevolg van de veranderende regels of de bezuinigingen door de Participatiewet. 

Aflopende WSW-dienstbetrekkingen

Als een WSW-dienstbetrekking stopt ná 1 januari 2015, bijvoorbeeld vanwege het aflopen van een tijdelijk contract, zijn gemeenten niet verplicht een vervolgaanbod te doen. Maatschappelijk gezien is het natuurlijk wel wenselijker als iemand aan de slag blijft. Bovendien behalen gemeenten structureel geen financieel voordeel als zij bijvoorbeeld tijdelijke contracten niet verlengen. Een aantal financiële en juridische afwegingen op een rij:  

  • Er is geen taakstelling meer, met een minimum aantal te realiseren arbeidsplaatsen. Ook de zorgplicht voor gemeenten is vervallen (voorheen WSW artikel 1, derde lid). Gemeenten hoeven dus geen vervolgaanbod te doen.
  • Tegelijkertijd: er is voor gemeenten geen structureel financieel voordeel te behalen, door bijvoorbeeld tijdelijke contracten niet te verlengen. Dat komt onder meer doordat de verdeling van de macro-beschikbare middelen over de gemeenten voor een belangrijk deel is gebaseerd op het aantal bij een gemeente gerealiseerde WSW-plaatsen. Meer toelichting hierop in de notitie Tijdelijke contracten SW: collectief stopzetten is twijfelachtig   en in de veelgestelde vragen van de Programmaraad.
  • SZW heeft ook in meer algemene zin toelichting hierop gegeven op de verdeling van WSW-budget in relatie tot afbouw.
  • Sociale partners hebben een oproep gedaan om tijdelijke WSW-medewerkers zoveel mogelijk aan het werk te houden.
  • Meer toelichting hierop in de notitie Tijdelijke contracten SW: collectief stopzetten is twijfelachtig.

 WSW-deelbudget in Participatiebudget vanaf 2015

  • De Rijksmiddelen voor de WSW zijn met ingang van 2015 niet meer geoormerkt.
  • De middelen blijven wel herkenbaar maar gaan op in het Participatiebudget dat gemeenten elk jaar ontvangen en dat zij vrij kunnen besteden. In de participatiemiddelen is een deelbudget opgenomen om de WSW uit te voeren.
  • Dit deelbudget neemt, uitgaande van een kleiner wordend WSW-bestand, de komende jaren steeds af. Dit betreft zowel de omvang als het (fictieve) bedrag per arbeidsjaar/plek.
  • Het WSW-deelbudget van een gemeente wordt berekend op basis van WSW-realisatie in het voorgaande jaar, gecorrigeerd voor blijfkansen. In een bericht op Gemeenteloket legt het ministerie uit hoe dat zit.

WSW-budget en –taakstelling tot en met 2014

  • Over de laatste jaren dat nog sprake was van een afzonderlijk WSW-budget doen gemeenten de gebruikelijke verantwoording via de Sisa. Die verantwoording is iets vereenvoudigd nu de gegevens niet meer worden gebruikt om het budget in latere jaren te verdelen. Zie hiervoor het bericht op Gemeenteloket.
  • De vaststelling van het WSW-budget en de bonus begeleid werken, en de afrekening daarvan gebeurt voor het laatst in 2016 over het uitvoeringsjaar 2014.

Wat vindt Cedris?

  • Op dit moment werken er nog zo’n 100.000 mensen in WSW-verband in of via de sociale werkbedrijven. De kosten daarvan worden gedekt uit het deelbudget WSW dat gemeenten via in het Gemeentefonds ontvangen. De omvang van dit deelbudget zal de komende jaren dalen. Deels houdt dit gelijke tred met aannames rond de uitstroom uit de voorziening. Maar vanwege de decentralisatie kort het Rijk nog eens extra op de WSW-middelen. Voor gemeenten en sociale werkbedrijven zijn de WSW-uitgaven echter nauwelijks te beïnvloeden. Het grootste deel daarvan bestaat immers uit lonen en werkgeverskosten voor de doelgroep voor wie werkzekerheid van grote waarde is.
  • Cedris vindt dat gemeenten in de discussie over het verlengen van de tijdelijke contracten zich goed moeten laten informeren over de financiële consequenties. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht behalen gemeenten geen structureel financieel voordeel als ze tijdelijke contracten niet verlengen. Maatschappelijk gezien is het natuurlijk van grote waarde als mensen gewoon aan de slag kunnen blijven: dat is tenslotte ook het doel van de Participatiewet. 

Wat doet Cedris?

  • Bij en via de sociale werkbedrijven blijven de komende jaren nog tienduizenden WSW-medewerkers aan de slag. De bedrijven kunnen de komende jaren bij Cedris terecht voor allerlei vragen die samenhangen met beleid en uitvoering van de WSW.
  • Via de jaarlijkse brancheinformatie maakt Cedris inzichtelijk wat de bijdrage van de sociale werkbedrijven is aan het, zo regulier mogelijk aan het werk helpen van de doelgroep. Dit gebeurt aan de hand van zowel sociale als bedrijfseconomische cijfers.
  • Op basis van de brancheinformatie ontvangen de leden een bedrijfsvergelijkend overzicht (benchmark) waarmee zij zicht krijgen op prestaties van het eigen bedrijf ten opzichte van – referentiegroepen van - collegabedrijven in de sector.
  • Vanuit de oorspronkelijke WSW taak worden de sociale werkbedrijven op steeds meer fronten ingeschakeld om mensen die daarbij ondersteuning nodig hebben duurzaam aan de slag te helpen. Daarbij werken zij onderling samen en ook met partijen binnen de arbeidsmarktregio/het regionale werkbedrijf. Cedris ondersteunt de leden met programma’s om zo efficiënt mogelijk te werken en (samen met partners) besparingen te realiseren. Zie ook het dossier efficiënter (samen)werken.
  • Cedris doet periodiek onderzoek naar het niveau en ontwikkeling van de directiesalarissen. Deze onderzoeken laten zien dat het salarisniveau in de SW-sector in de pas loopt met het niveau dat voor bestuurders in de (semi)-publieke sector als wenselijk wordt beschouwd en wat de Wet Normering Topinkomens (WNT), daarover voorschrijft. Dit onderzoek wordt periodiek herhaald.