21-10-2016

Beschut werk

Beschut werk is één van de bouwstenen voor een goed stelsel van voorzieningen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

...

Inleiding

Zoveel mogelijk mensen een betaalde baan! Dat is het motto van Cedris. Betaald werk is noodzakelijk om mensen het gevoel te geven deel uit te maken van de samenleving, sociale isolatie te voorkomen en om te zorgen voor maatschappelijke stabiliteit. Beschut werk, is een vorm van betaalde arbeid en is geschikt voor de doelgroep nét boven arbeidsmatige dagbesteding die met enige ondersteuning een zelfstandig leven kan leiden. Beschut werk staat nog in de kinderschoenen. Veel gemeenten vinden het lastig om te bepalen hoe de kosten op kunnen wegen tegen de baten. Dit document geeft inzicht in de wetgeving, de kosten, maar ook in de maatschappelijke baten en ontwikkelingsmogelijkheden voor de doelgroep. Afsluitend enkele punten waarmee Cedris de mogelijkheden van beschut werk wil optimaliseren en de maatschappelijke opbrengst wil vergroten.

Inzicht in beschut werk

1.1 Achtergrond en context 

Met de komst van de participatiewet is de regelgeving op het terrein van werk en inkomen gedecentraliseerd: gemeenten zijn primair aan zet om te bepalen hoe het stelsel wordt ingericht. Door afspraken uit het sociaal akkoord en politieke druk is de beleidsvrijheid van gemeenten vervolgens beperkt. Zo is het aantal van 30.000 plekken voorgeschreven. Het achterblijvende aantal plaatsingen, sinds de invoering van de wet, was reden voor de staatsecretaris om het organiseren van beschutte werkplekken per 1 januari 2017 verplicht te stellen.

De bedoeling van de wetgever is om loonvormende arbeid mogelijk te maken voor een specifieke doelgroep die daarvoor een beschutte omgeving nodig heeft. Personen uit de doelgroep krijgen een baan waarin sprake is van een werkgever-werknemer-verhouding. Dit is ook meteen het verschil met dagbesteding: het ontbreken van deze werkgever-werknemer relatie.

1.2 Wet en toelichting

Beschut werk richt zich op mensen die in staat zijn tot het verrichten van loonvormende arbeid, maar die niet in een reguliere omgeving kunnen werken. Het kan daarbij gaan om mensen met lage én hogere loonwaardes. In Artikel 10b van de Participatiewet (Participatievoorziening beschut werk) is vastgelegd dat personen die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren, aanspraak kunnen maken op ondersteuning door de gemeente waarin zij wonen. Vanaf 1 januari 2017 kunnen bewoners zich – door de recente wetswijzigingen – ook zelf melden voor een beschutte werkplek. De groep die eind 2014 op de wachtlijst stond met een indicatie SW (zonder BW) komt automatisch in aanmerking voor een indicatie beschut. De implicaties van deze wetswijzigingen moeten nog worden uitgewerkt.

1.3 Proces

Op dit moment is het zo dat gemeente advies aan UWV vraagt om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep beschut werk behoort. Het UWV beoordeelt op basis van landelijke criteria en kijkt daarbij naar twee dingen, namelijk of de persoon is aangewezen op:

  • een of meer technische of organisatorische aanpassingen die niet binnen redelijke grenzen door een reguliere werkgever kunnen worden gerealiseerd
  • permanent toezicht of intensieve begeleiding die niet binnen redelijke grenzen door een reguliere werkgever kan worden aangeboden

Als blijkt dat ten minste een van de vragen bevestigend wordt beantwoord, adviseert het UWV het college dat de persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Deze indicatie leidt tot een plaatsingsverplichting voor de gemeente. Op basis van dit UWV-advies zorgt de gemeente er vervolgens voor dat deze persoon in een dienstbetrekking onder beschutte omstandigheden aan de slag gaat.

1.4 Kosten

Het ministerie van SZW stelt per gerealiseerde beschutte werkplek €17.000 beschikbaar als vergoeding voor het inkomen en daarnaast €8500 als vergoeding voor de begeleiding. Dit blijkt in vrijwel alle gevallen ontoereikend te zijn om de beschutte plaatsen te bekostigen. Om het realiseren van beschutte werkplekken te stimuleren heeft SZW een aantal financiële instrumenten ingezet:

  • De invoering van de (tijdelijke) bonus van €3000 per plek in de periode 2015-2020.
  • De invoering van het Lage Inkomens Voordeel (LIV) per 1/1/17 dat ook beschikbaar is voor werkgevers van medewerkers met een WSW-of P-wet status.

In de factsheet, legt financieel expert Robert Capel uit wat het financiële gat is tussen de structureel beschikbaar gestelde middelen en de werkelijke kosten voor beschut werk.

1.5 Maatschappelijke meerwaarde

1      Meerwaarde voor de doelgroep (Berenschot)
Om een goede afweging te maken voor de keuze voor Beschut werk, is het van belang om te weten wat werk oplevert voor de doelgroep. Cedris heeft daarover onlangs het rapport: ‘Beschut werk en arbeidsmatige dagbesteding in relatie tot welbevinden en voorzieningengebruik’ uitgebracht. In dit onderzoek komt de doelgroep zélf nadrukkelijk aan het woord. Conclusie uit het rapport: beschut werk heeft een duidelijke meerwaarde voor (een deel van) de doelgroep, boven andere participatievormen zoals dagbesteding, door het gevoel van meesterschap en leveren van maatschappelijke bijdrage.

 2      Maatschappelijke meerwaarde (Mkba)
Ook de vraag naar de meerwaarde van beschut werk in het brede scala van instrumenten om de participatie van de doelgroep te bevorderen, is belangrijk bij de overweging. Beschut werk kan mensen - al doende - in de gelegenheid stellen om te werken aan ontwikkeling en herstel. Zo kan het ook een springplank zijn naar een reguliere werkplek. Mensen die langdurig op beschut werk zijn aangewezen, verdienen een deel van hun inkomen zelf. Dit scheelt een uitkering en levert eigenwaarde en gezondheid op. Cedris heeft het initiatief genomen de kosten en opbrengsten van beschut werk  te laten uitwerken in een Maatschappelijke kosten en baten analyse (MKBA) die in het voorjaar van 2017 gereed komt. 

1.6 Praktijkvoorbeelden 

Sinds de invoering van de participatiewet zijn verschillende vormen van beschut werk ontstaan. Cedris heeft hierover een aparte publicatie uitgebracht: ‘Beschut werk in de Praktijk’. In dit boekje staan diverse voorbeelden en varianten van hoe beschut in de praktijk wordt ingezet.

Op veel plekken wordt geëxperimenteerd met oplossingen voor het dilemma dat van de meest kwetsbare mensen de meeste flexibiliteit wordt verwacht. Detachering kan soms een uitweg bieden. Over de mogelijke detacheringsformules een heeft Cedris een publicatie gemaakt onder de titel: ‘Arbeidsvoorwaardelijke modellen voor detachering’. De varianten zijn:

  • In gemeente(lijke dienst) of gemeenschappelijke regeling (Car-UWO)
  • Gedetacheerd of in dienst tegen BW
  • Private uitzend-constructie
  • Publiek uitzendbedrijf met eigen cao
  • Andere juridische entiteit tegen BW

Het groepsgewijs inzetten van beschut werkers kan een oplossing zijn voor capaciteitsproblemen bij werkgevers. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om op efficiënte wijze invulling te geven aan de intensieve begeleidingsbehoefte waarvan veelal sprake is. De ervaring wijst uit dat het mixen van mensen met verschillende loonwaardes als voordeel biedt dat zwakkere kandidaten zich kunnen optrekken aan de sterkeren, het is flexibeler en (permanent) toezicht kan beperkt worden.

 2. Pleidooi voor optimalisering 

Beschut werk leidt tot welbevinden: de mensen ervaren zingeving door het leveren van een maatschappelijke bijdrage. In sommige gevallen kan beschut werk ook dienen om mensen verder te brengen door hun ontwikkelmogelijkheden optimaal te benutten. Omdat deze brede inzet van het instrument mogelijk te maken, doet Cedris een aantal aanbevelingen ter optimalisering van beschut werk. De kansen van de doelgroep en daarmee de maatschappelijke impact nemen hierdoor toe. 

 2.1 Beschut werk als instrument

Zoals nu geoperationaliseerd in het wettelijk kader, ontbreekt de ruimte voor doorgroei van de doelgroep. De indicatie door UWV zet de ondersteuningsbehoefte immers vast in een (landurig) recht.

Cedris pleit ervoor om beschut werk, te beschouwen als instrument dat ook tijdelijk kan worden ingezet. De adviesrol van het UWV zou moeten worden omgezet in een marginale toets op de toepassing van criteria door gemeenten. Zo ingezet, is beschut werk flexibeler inzetbaar voor specifieke doelgroepen.

2.2 Gelijke kansen

Hoewel hier in het Sociaal Akkoord wel sprake van is, bestaat er nog geen cao voor beschut werk. Dit heeft ook in de huidige prille praktijk al geleid tot een veelheid aan arrangementen / voorwaarden. Zo krijgt een beschut werker in den Haag de ambtelijke status en na 1 jaar een vast dienstverband. De meeste andere beschut werkers hebben op z’n hoogst een tijdelijke plaatsing in een pool onder burgerlijk recht. Dit moet anders: om een gelijk speelveld te creëren sorteert Cedris voor op een set centrale afspraken over minimale arbeidsvoorwaarden voor de brede doelgroep aan de onderkant van de arbeidsmarkt, die (tijdelijk) is aangewezen op gesubsidieerde arbeid. Naast een set afspraken over beloning zou deze overeenkomst ook moeten gaan en over de mogelijkheid om een opleiding te volgen in basale vaardigheden. Deze nieuwe cao voor de onderkant van de arbeidsmarkt zou door sociale partners en een nieuw kabinet kunnen worden bekrachtigd. Een dergelijke intersectorale cao kan ook een oplossing bieden voor het draaideureffect van seizoenswerk en parttime contracten.

2.3 Extra budget 

Op grond van de ervaringen uit de praktijk en de berekeningen van Capel, pleit Cedris voor het omzetten van de tijdelijke bonus in een vaste component voor het realiseren van een beschutte werkplek. Het extra budget van €3.000 is nodig om tot een geheel sluitende business case te komen. Ervaringscijfers uit de SW wijzen immers uit dat – ondanks optimalisering van bedrijfsprocessen – de NTW per medewerker gemiddeld rond de €5.000 blijft steken, in tegenstelling tot de €7.000 waar SZW mee rekent. De ervaring leert dat de betaalde tarieven voor dit type werkzaamheden laag zijn mede doordat dit werk ook over de grens of als dagbesteding wordt uitgevoerd. Dit ontslaat ons niet van de plicht te blijven streven naar hogere vergoedingen van opdrachtgevers. Cedris stimuleert hiertoe het ‘bij elkaar in de keuken kijken’, maar tegelijkertijd moeten we zo reëel zijn te erkennen dat een snelle inhaalslag echt niet overal te realiseren is.

2.4 Praktijkroute 

De praktijkroute houdt in dat gemeenten op basis van een loonwaardemeting op de werkvloer, kunnen bepalen wie voor een garantiebaan van de baanafspraak in aanmerking komt. Cedris is er voorstander van om gemeenten de mogelijkheid te geven de praktijkroute ook in te kunnen zetten voor het aanvragen van een indicatie voor een beschutte werkplek.

2.4 Creëer werkgelegenheid 

Om beschut werk tot volle wasdom te laten komen en te kunnen profiteren van de potentiële meerwaarde die het biedt, vindt Cedris dat er meer geschikt werk voor deze doelgroep moet komen, bijvoorbeeld door het reshoren van activiteiten uit het buitenland, intensievere samenwerking met organisaties voor dagbesteding, inzet van instrumenten als functiecreatie en (fiscale) maatregelen die de concurrentie van deze doelgroep met mensen uit lage lonen landen in Oost-Europa of Azië beperken.

Om bovengenoemde punten te realiseren deelt Cedris kennis over de ontwikkelingen binnen de wet- en regelgeving, zoekt Cedris per thema actief samenwerking met de betrokken partners in de sector sociale werkgelegenheid invoert Cedris een stevige lobby in Den Haag.