31-03-2016 Nieuws van Cedris Nieuws van Cedris

Brief regering: Ministeriële verantwoordelijkheid in het kader van de Participatiewet

Het Rijk volgt de ontwikkelingen nauwgezet en past waar nodig knellende kaders aan.

Minister Asscher en staatssecretaris Klijnsma leggen in een Kamerbrief uit hoe het zit met hun verantwoordelijkheden rond de gedecentraliseerde taken en verantwoordelijkheden in het domein werk en inkomen en rond de relatie tussen verantwoording op decentraal en op centraal niveau.

Asscher en Klijnsma gaan in op de ministeriële systeemverantwoordelijkheid in het algemeen en specifiek rond de Participatiewet (Pw). Hoewel de gemeenten taken en bevoegdheden rond de Pw hebben, blijft de bewindspersoon verantwoordelijk voor de werking van het systeem als geheel: de inrichting van het systeem, de bijbehorende informatievoorziening en de interbestuurlijke interventie. Het parlement kan hen op de werking van de Pw aanspreken.

Centrale sturing is vervangen door sturen op hoofdlijnen. Wel volgen de bewindslieden de ontwikkelingen nauwgezet en passen zij waar nodig knellende kaders aan, zoals gebeurt bij de harmonisering van instrumenten. Maar ook treden zij corrigerend op waar sprake is van ernstig onrechtmatig handelen of nalaten door een gemeente.

Waar de gemeenteraad de kaders stelt, het college daarnaar handelt en de gemeenteraad het college controleert, zal het Rijk niet snel ingrijpen. Maar als een gemeente buiten de grenzen van de wet opereert kan het Rijk een aanwijzing toepassen.

De bewindslieden willen gemeenten de tijd gunnen om, samen met hun partners, hun beleid en werkprocessen verder te ontwikkelen en de transitie te maken waar de Pw om vraagt. Juist om, aldus de brief, op zorgvuldige wijze recht te doen aan de belangen van de kwetsbare doelgroep waarvoor de Pw van toepassing is. Daarbij hoort voor gemeenten een ruime mate van beleids- en handelingsvrijheid.

Bron: Kamerbrief, 14 maart 2016.