21-02-2017 Nieuws van Cedris Nieuws van Cedris

De Participatiewet en Wet banenafspraak zijn voor werkgevers vereenvoudigd - Handreiking stroomlijning loonkostensubsidie

Programmaraad ondersteunt gemeenten en uitvoerders bij toepassing gewijzigde regeling loonkostensubsidie met handreiking, schema’s, voorbeeldbrieven en modelverordening. Alle wijzigingen in een handig overzicht.

Begin 2017 zijn twee wetten in werking getreden met consequenties voor de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante regelingen. Onder meer betreft dit de Wet stroomlijning loonkostensubsidie Participatiewet en enkele andere wijzigingen. Deze wet trad op enkele onderdelen op 1 februari 2017 in werking met terugwerkende kracht

  • tot en met 1 januari 2017 met betrekking tot het loonwaardebegrip en
  • tot en met 4 juli 2016 voor wat betreft de gewijzigde artikelen 6 en 10d van de Participatiewet

Het doel van deze wetswijziging is de praktische uitvoering van de Participatiewet en de Wet banenafspraak verder te verbeteren, zodat het voor werkgevers  en gemeenten eenvoudiger wordt om  mensen met een arbeidsbeperking in een dienstbetrekking te plaatsen. Om dat te bereiken is de regeling over de loonkostensubsidie gewijzigd en is het fiscale regime voor werknemers met een arbeidsbeperking geharmoniseerd.

Deze wijzigingen in de Participatiewet en de Wet banenafspraak (zie eerder bericht) waren nodig omdat na het in werking treden van de Participatiewet in 2015 de minister door gemeenten en werkgevers was gewezen op enkele knelpunten.

De wijzigingen hebben geleid tot aanpassingen van artikelen 10b en 10d van de Participatiewet. De Programmaraad heeft die in een schema gezet.

Ook zullen de meeste gemeenten hun verordening loonkostensubsidie moeten aanpassen onder andere vanwege uitbreiding van de doelgroep en wijziging van de grondslag. De Programmaraad heeft een daaraan aangepaste Modelverordening loonkostensubsidie Participatiewet online gezet.

Op de website van de Programmaraad vindt u verder het stroomschema loonkostensubsidie en de Handreiking stroomlijning loonkostensubsidie en het verplichten van beschut werk. In deze handreiking vindt u onder meer:

-          een overzicht van de wetswijzigingen

-          wijziging van het loonwaardebegrip

-          forfaitaire loonkostensubsidie

-          loonkostensubsidie voor jongeren die al werken

-          loonkostensubsidie voor doelgroep ‘beschut werk’

-          proefplaatsing

-          flexibele termijnen voor loonwaardemeting

-          indexering van loonkostensubsidie

Ook worden er modelbrieven aangereikt voor de toekenning van forfaitaire loonkostensubsidie, één gericht aan de werkgever en één aan de werknemer.

Een overzicht van de vereenvoudigingen

Loonkostensubsidie ook voor schoolverlaters
Met ingang van 1 februari 2017 kunnen gemeenten eveneens loonkostensubsidie inzetten voor schoolverlaters afkomstig uit het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of de entreeopleiding MBO. Om daarvoor in aanmerking te komen dient de schoolverlater binnen 6 maanden na het verlaten van het genoemde onderwijs bij een werkgever zijn gaan werken.

Berekening loonkostensubsidie
Een belangrijke aanpassing betreft het functieloon dat niet langer als maat wordt genomen voor de berekening van de loonwaarde. Door de wijziging wordt de hoogte van de loonkostensubsidie berekend op basis van het wettelijk minimumloon en de evenredige arbeidsprestatie die op de werkplek wordt vastgesteld. In de praktijk betekent deze wijziging dat in een aantal gevallen een hogere loonkostensubsidie kan worden verstrekt.

Forfaitaire regeling
Op grond van de maatregel kunnen gemeenten tijdens maximaal de eerste 6 maanden van een dienstbetrekking een forfaitaire loonkostensubsidie verstrekken van 50 procent van het wettelijk minimumloon. In deze situatie wordt de bepaling van de feitelijke loonwaarde uitgesteld tot een later moment, doch binnen 6 maanden.

2000 euro mobiliteitsbonus
Werkgevers kunnen een beroep doen op een uniforme premiekorting (mobiliteitsbonus) voor alle werknemers die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen. De bonus bedraagt 2.000 euro per jaar, voor maximaal 3 jaar. Voortaan geldt deze regeling ook voor mensen met scholingsbelemmeringen.

Uitbreiding No-risk
Voor werknemers die onder de doelgroep voor de banenafspraak vallen, geldt de no-risk polis voor de Ziektewet. Werkgevers krijgen bij ziekte een uitkering van UWV. De no-riskpolis wordt per 1 januari 2017 voor onbepaalde tijd geldig, terwijl dit 5 jaar was. De no-riskpolis van UWV komt voor werkgevers ook beschikbaar indien zij mensen in dienst nemen die niet in staat zijn om zonder begeleiding van een jobcoach het wettelijk minimum te verdienen. Vanaf 1 januari 2017 behoren deze mensen ook tot de doelgroep van de banenafspraak.

Praktijkroute
Of mensen behoren tot de doelgroep voor de banenafspraak wordt beoordeeld door UWV. Per 1 januari 2017 is een extra toegang tot het doelgroepregister toegevoegd: de praktijkroute (zie eerder bericht). De praktijkroute houdt in dat mensen, van wie op de werkplek via een gevalideerde loonwaardebepaling is vastgesteld dat zij een loonwaarde hebben onder het wettelijk minimumloon, zonder beoordeling door het UWV tot de doelgroep worden toegelaten. Vanaf dat moment kan de werkgever ook een beroep doen op de mobiliteitsbonus en de no-riskpolis. De loonwaarde wordt vastgesteld door de gemeente.

De Programmaraad heeft de laatste wijzigingen ondergebracht in een handig overzicht

Bron: bericht Programmaraad, 16 februari 2017; bericht EuFin Financieel Nieuws, 7 februari 2017; bericht Programmaraad, 16 december 2016.