19-01-2017 Nieuws van Cedris Nieuws van Cedris

Onderzoek: "Gemeenten betrekken hun burgers onvoldoende bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Participatiewet"

In zowel de Wmo 2015, de Jeugdwet als de Participatiewet is wettelijk geregeld dat burgers bij de uitvoering van de drie gedecentraliseerde taken moeten worden betrokken

Gemeenten lappen rond cliëntenparticipatie de wet aan hun laars. Ook kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij het draagvlak voor beleid. Dit stellen onderzoekers van de Universiteit Twente en de Universiteit Utrecht, op basis van hun onderzoek naar de inspraak in het sociaal domein. De onderzoekers namen de verordeningen en beleidsdocumenten van 260 gemeenten onder de loep.

In zowel de Wmo 2015, de Jeugdwet als de Participatiewet is wettelijk geregeld dat de gemeente burgers bij de uitvoering van de drie gedecentraliseerde taken moet betrekken. In artikel 47 van de Participatiewet is opgenomen dat in de verordening moet worden vastgelegd hoe gemeenten dit zullen gaan doen:

 

  • Hoe kunnen inwoners, cliënten en hun vertegenwoordigers voorstellen voor beleid doen?
  • Hoe kunnen zij gevraagd en ongevraagd over beleidsvoorstellen adviseren?
  • Hoe kunnen agendapunten worden aangemeld?
  • Hoe kan aan periodiek overleg worden deelgenomen?
  • Hoe worden inwoners, cliënten en hun vertegenwoordigers van de benodigde informatie voor een overleg voorzien?

Zowel bij de Jeugdwet als de Participatiewet blijkt de inspraak zeer beperkt. Rondom de uitvoering van de Wmo is de inspraak over het algemeen beter geregeld.

De adviesorganen mogen slechts over een beperkt aantal onderwerpen adviseren. Bij 45 procent van gemeenten heeft het inspraakorgaan voor de Participatiewet beperkte of geen bevoegdheden (onderwerpen waarover het mag adviseren). “Je kunt je afvragen wat dit betekent voor het draagvlak van beleid. Het is wenselijk dat gemeenten de inspraak snel beter regelen,” aldus de ondezoekers.

Bron: Bericht Binnenlands Bestuur, 17 januari 2017.