24-11-2016 Nieuws van Cedris Nieuws van Cedris

Staatssecretaris: gemeenten moeten er zélf op toezien dat verdringing wordt voorkomen

Aan de inzet van het instrument werken met behoud van uitkering zijn enkele criteria verbonden.

Staatssecretaris Klijnsma heeft Kamervragen van de SP beantwoord. Die gingen over het verdringen van betaalde banen door onbetaalde banen middels het laten werken zonder loon van uitkeringsgerechtigden. Dit naar aanleiding van het bericht in de In de Lokale Monitor 2016 van FNV dat de meeste gemeenten niet toetsen op het verdringen van betaald werk.

Klijnsma stelt dat het de gemeenten zélf zijn die verantwoordelijk zijn voor het adequaat toezien op het voorkomen van verdringing van betaalde arbeid.

Zij verwijst naar de eerdere Kamerbrief met wettelijke en beleidsmatige kaders rond het voorkomen van verdringing. In de Participatiewet is bij een aantal instrumenten (participatieplaatsen, tegenprestatie) opgenomen dat deze activiteiten moeten worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en dat die niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Ook heeft de Programmaraad in de Werkwijzer tegenprestatie enkele spelregels opgenomen om het risico van verdringing tegen te gaan.

Bij het inzetten van het instrument werken met behoud van uitkering moet, aldus Klijnsma in haar antwoord, ook aan een aantal criteria worden voldaan. Het moet onder andere positief bijdragen aan de mogelijkheden voor arbeidsinschakeling en het moet de kans op regulier werk verbeteren. Dit houdt onder meer in dat het gaat om het wennen aan aspecten die samenhangen met het verrichten van betaald werk (zoals regelmaat en omgaan met collega’s). Er moet sprake zijn van een beperkte periode (gedacht kan worden aan een periode van ongeveer 6 maanden) en er moet goede begeleiding zijn. Deze voorwaarden zijn mede bedoeld om verdringing te voorkomen. Het is aan de gemeenten te bepalen op welke wijze zij het tegengaan van verdringing borgen.

Bron: Kamerbrief 10 november 2016.