31-03-2016 Nieuws van Cedris Nieuws van Cedris

Welke premiekortingen mogen worden ingezet bij loonkostensubsidie?

Samenloop met andere voordelen, zoals de premiekorting/mobiliteitsbonus doelgroep banenafspraak en het Lage Inkomensvoordeel (LIV).

Gemeenten kunnen loonkostensubsidie (LKS) verstrekken aan een werkgever die iemand in dienst neemt uit de doelgroep Participatiewet die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Voor LKS maakt het niet uit of er een indicatie banenafspraak is. De hoogte van de LKS is het verschil tussen WML (voor jongeren het wettelijk minimumjeugdloon) en de vastgestelde loonwaarde op de werkplek, met als maximum 70% van het WML.

De werkgever kan daarnaast na 1 januari 2016 een premiekorting (mobiliteitsbonus) krijgen van maximaal € 2.000,- per jaar (maximaal 3 jaar) als hij iemand in dienst neemt uit de doelgroep van de banenafspraak. Deze premiekorting geldt voor de periode 2016 tot en met 2021.

Tenslotte is er het LIV (het lage-inkomensvoordeel) als nieuw fiscaal instrument vanaf 1 januari 2017. Werkgevers komen hiervoor in aanmerking bij werknemers, ook in beschut werk, die tussen 100 en 120% van het WML verdienen en tenminste 1248 uur per jaar werken. Het voordeel is maximaal €2000,- per jaar. In principe wordt het voordeel ge-anticumuleerd met de premiekorting voor de doelgroep banenafspraak (in 2017 kan het wel cumuleren).

Vanaf 2021 (als de premiekorting afloopt) geldt het LIV structureel voor werknemers uit de doelgroep banenafspraak en beschut werk die aan deze voorwaarden voldoen.

Voor de premiekortingen, het LIV en de loonkostenvoordelen (LKV’s) bestaat een regelhulp, die het voor werkgevers inzichtelijk maakt waar zij recht op hebben en met ingang van wanneer.

Bron: Bericht Programmaraad, 17 maart 2016.