12-01-2017 Nieuws van Cedris Nieuws van Cedris

Werk en inkomen: welke regels zijn veranderd per 1 januari 2017?

Per 1 januari zijn er flink wat wijzigingen in het domein werk en inkomen. Een greep uit de veranderingen

Aanbieden van beschut werk wordt verplicht

Gemeenten zijn vanaf januari verplicht voldoende banen voor beschut werk aan te bieden. Dat is een van de aanpassingen van de Participatiewet die dan in werking treedt.
Nu de afspraak dat er eind 2016 3.200 beschutte plekken moeten zijn niet is gehaald, wil staatssecretaris Klijnsma gemeenten nu dwingen toch voldoende plaatsen beschikbaar te stellen. Volgens het voorstel raamt het kabinet jaarlijks hoeveel plekken er per gemeente nodig zijn. Deze verplichting voor de gemeente is begrensd tot het aantal plekken waarmee in de ramingen rekening is gehouden. Is dat aantal nog niet vol, dan is een gemeente verplicht iedereen die volgens het UWV in de doelgroep valt, een baan aan te bieden, tot de grens bereikt is. In een ministeriële regeling wordt het aantal beschutte werkplekken per gemeente geregeld. Op dit moment vindt hierover overleg plaats met de VNG.

Personen die vinden dat zij aangewezen zijn op beschut werk krijgen de mogelijkheid zelf een beoordeling beschut werk bij het UWV aan te vragen. Het UWV beoordeelt op basis van het bestaande Besluit advisering beschut werk of iemand tot de doelgroep beschut werk hoort.

Vindplaats: Staatsblad 2016, 519, wijziging Participatiewet



Invoering Praktijkroute als extra toegang doelgroepregister

In dezelfde wijzigingswet regelt Klijnsma de openstelling van de zogeheten Praktijkroute. Die houdt in dat de loonwaarde van mensen uit de doelgroep van de Participatiewet voortaan ook op de werkvloer gemeten kan worden.

Vindplaats: Staatsblad 2016, 519, wijziging Participatiewet

 

Vereenvoudiging loonkostensubsidie

Er kan voor worden gekozen werkgevers in het eerste halfjaar van het dienstverband een forfaitaire loonkostensubsidie te verstrekken van 50 procent van het wettelijk minimumloon, in plaats van een aan de loonwaarde gerelateerde subsidie. Vaak is pas na een inwerkperiode duidelijk wat iemand kan verdienen. Daarom wordt de hoogte van de subsidie pas na een halfjaar afhankelijk van de loonwaarde.

Vindplaats: Staatsblad 2016, 444, wijziging Participatiewet en andere wetten

 

Praktijkonderwijs leerlingen in het doelgroepregister

Vanaf 1 januari neemt het UWV (ex-) leerlingen van het praktijkonderwijs zonder beoordeling op in het doelgroepregister, wanneer zij daartoe bij het UWV een schriftelijk verzoek indienen. Dit geldt ook voor mensen die kunnen aantonen dat zij in het verleden Praktijkonderwijs hebben gevolgd. Dit was al eerder geregeld voor leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs.

 

 

Begeleid door een jobcoach: ook in het doelgroepregister

Vanaf 1 januari 2017 laat het UWV bij de doelgroepbeoordeling banenafspraak het criterium begeleiding los. Dit betekent dat personen die mét begeleiding van een jobcoach een drempelfunctie op WML-niveau kunnen uitvoeren tot de doelgroep van de banenafspraak gaan behoren. Eerder was dit nog niet het geval. Het UWV liep vanaf 28 oktober bij de beoordelingen al op beide wijzigingen (incl. Praktijkonderwijs) vooruit.

Vindplaats: Staatsblad 2016, 536, Verzamelbesluit SZW 2017

 

Inhoudingen op het loon begrensd

Deze wet treedt per 2017 gedeeltelijk in werking: Vanaf 1 januari 2017 zijn werkgevers verplicht het volledige minimumloon uit te betalen. Constructies waarbij werkgevers minder dan het hele minimumloon betalen zijn verboden. Bijvoorbeeld maaltijdkosten of verzekeringspremies inhouden op het loon. Voor arbeidsbeperkten (zoals Wsw’ers en Wajong’ers) blijft het met een volmacht en zonder beperkingen mogelijk om inhoudingen op het loon te doen voor onder meer huur, gemeentelijke en waterschapsbelastingen en de zorgverzekering. Hiermee is minister Asscher tegemoet gekomen aan de wens van Cedris, dat moet worden voorkomen dat arbeidsbeperkten, die niet altijd zelf in staat zijn hun financiën op orde te houden, in financiële problemen komen.

Vindplaats: Staatsblad 2016, 419, Wet aanpak schijnconstructies

 

Voordeel voor aannemen lage inkomens: LIV

Werkgevers die een werknemer aannemen met een laag inkomen, kunnen daarvoor een financiële bijdrage krijgen. Op 1 januari treedt het nieuwe lage-inkomensvoordeel (LIV) in werking. Daarin wordt geregeld dat werkgevers maximaal 2000 euro voordeel krijgen voor werknemers die tussen de 100 en 110 procent van het wettelijk minimumloon verdienen. Voor werknemers met een salaris tussen de 110 en 125 procent van het minimumloon gaat het om een bedrag van 1000 euro. 

De maatregel is de eerste van het nieuwe stelsel werkgeversvoordelen waarmee het kabinet het huidige stelsel van premiekortingen wil vervangen. Dat huidige systeem is te complex, meent het kabinet. 
Nu nog wordt die tegemoetkoming voor ouderen en gehandicapten elke maand verrekend met de premies. Op basis van de nieuwe Wet tegemoetkomingen loondomein krijgen werkgevers aan het eind van het jaar het hele bedrag in één keer uitbetaald door de Belastingdienst. Omdat die zich baseert op bij de overheid bekende gegevens, hoeven werkgevers die informatie niet meer zelf aan te leveren. Dat is eenvoudiger en minder fraudegevoelig, meent het kabinet. Op 1 januari 2018 wordt ook de premiesystematiek voor ouderen en gehandicapten vervangen door het nieuwe stelsel.

De premiekorting (voorheen t/m 2015 mobiliteitsbonus) van 2.000 euro, gedurende drie jaar) wordt vanaf 2018 omgezet in een – eveneens gedefiscaliseerd - ‘loonkostenvoordeel’. In het overgangsjaar 2017 hebben reguliere werkgevers tijdelijk een dubbel voordeel voor mensen uit het doelgroepregister. Wanneer een werkgever gebruik maakt van zowel het LIV als de premiekorting, kan het fiscale voordeel in 2017 oplopen tot € 9.000 per werknemer.

Vindplaats: Staatsblad 2015, 542, Wet tegemoetkomingen loondomein

 

Bron: Bericht (inlog) Staatscourant, 20 december 2016; bericht Rijksoverheid, januari 2017;  Verzamelbrief 2016-2 aan gemeenten, 29 december 2016.