18-01-2018 Nieuws van Cedris Nieuws van Cedris

Werk uit zicht na invoering van de Participatiewet?

Voor mensen met een Werkloosheids- of een WIA-uitkering en voor niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) lijkt na de invoering van de Participatiewet de kans op een (gesubsidieerde) baan fors afgenomen. Dit blijkt uit de verkenning ‘Werk uit zicht?’ die in opdracht van SBCM en Cedris is opgesteld.

Tot 2015 gingen op jaarbasis circa 3.500 mensen uit genoemde groepen aan het werk via de WSW. Dat kwam overeen met zo’n 40% van de jaarlijkse WSW-instroom. Die aantallen zijn de eerste twee jaar na invoering van de Participatiewet veel lager. En als deze groep niet regulier aan de slag kan bij werkgevers, lijken gemeenten en UWV hen vooralsnog weinig alternatieven te bieden.

Vervolg op regionaal onderzoek oostelijk Noord-Brabant

De landelijke verkenning die is opgesteld door CentERdata is een vervolg op regionaal onderzoek dat met subsidie van SBCM is uitgevoerd in oostelijk Noord-Brabant. In 2016 constateerden drie gemeenten, vijf SW-bedrijven en twee UWV-regio’s dat de instroom van nieuwe doelgroepen in de Participatiewet in hun regio lager was dan verwacht. Om te voorkomen dat een kwetsbare groep tussen wal en schip valt, hebben deze partijen laten onderzoeken waar de nieuwe doelgroep is gebleven en of zij andere passende dienstverlening krijgen aangeboden. Uit het regionale onderzoek blijkt dat een behoorlijke groep personen met beperkingen die voorheen wel aan het werk kon via de Wsw, daar na invoering van de Participatiewet geen gebruik meer van kan maken, zonder dat daar direct alternatieve dienstverlening voor in de plaats is gekomen.

Landelijke toetsing van de regionale bevindingen

Als vervolg op het regionale onderzoek hebben SBCM en Cedris CentERdata gevraagd om de regionale bevindingen te toetsen op landelijke geldigheid. Is het beeld dat in oostelijk Noord-Brabant naar voren komt een typisch regionaal beeld, of is het aannemelijk dat de situatie in grote lijnen geldt voor heel Nederland? Wat zijn de bevindingen van de landelijke verkenning?

Minder kans op werk voor een deel van de personen met een beperking:
Ongeveer een derde van de SW-medewerkers stroomde voorheen in vanuit werknemersverzekeringen (WAO, WIA, WW, ZW) en vanuit een situatie waarin iemand geen recht had op een uitkering (niet-uitkeringsgerechtigd). Na invoering van de Participatiewet kan deze groep met beperkingen aanspraak maken op het nieuwe instrument beschut werk. Maar beschut werk onder de Participatiewet is gereserveerd voor een groep mensen met ernstige beperkingen. CentERdata schat dat een groot deel van de genoemde groep met beperkingen niet voldoet aan deze strenge criteria. Als het hen niet lukt om bij een reguliere werkgever aan het werk te komen, lijken gemeenten en UWV in de praktijk de genoemde groep weinig alternatieven te bieden om betaald werk te verrichten.

Zorgen om de positie en kansen voor kwetsbare jongeren:
Zorgen bestaan er ook over jongeren die na het afronden of het voortijdig verlaten van het Voortgezet Speciaal Onderwijs of het Praktijkonderwijs, korte tijd werken en dan uitvallen. Datzelfde geldt voor jongeren die uitvallen op MBO 1 en 2. Omdat ze vaak geen uitkering krijgen, zijn ze niet of onvoldoende in beeld van gemeenten. Daardoor bereikt, de beschikbare dienstverlening hen niet of onvoldoende. Hulpverleners waarschuwen dat deze jongeren vaak pas via jeugdzorg, ggz, reclassering of schulddienstverlening weer in beeld komen. 

Onvoldoende zicht op dienstverleningsbehoefte personen in het doelgroepenregister:
Van degenen die als nieuwe doelgroep Participatiewet in het doelgroepregister zijn opgenomen, is aan het eind van het eerste kwartaal van 2017 ongeveer 30% aan het werk. Voor gemeenten is het niet eenvoudig om zicht te krijgen op de groep die niet aan het werk is, maar wel met arbeidsvermogen in het doelgroepregister is opgenomen. Het verdient aanbeveling deze registratie voor gemeenten transparanter te maken zodat duidelijker wordt of gerichte dienstverlening voor deze groep zinvol is.

Hoe nu verder?

CentERdata heeft de landelijke toetsing gebaseerd op bestaande en beschikbare cijfers van o.a. CBS en UWV. Door de veranderde wetgeving en criteria zijn de cijfers van voor en na de invoering van de Participatiewet niet één op één te vergelijken. De uitkomsten maken het echter meer dan aannemelijk dat er groepen kwetsbare personen zijn die na invoering van de Participatiewet een grotere kans dan voorheen lopen om tussen wal en schip te vallen en niet in aanmerking te komen voor (betaald) werk. Zowel vanuit het doel van de Participatiewet - meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk - als vanuit preventief opzicht (uitval kwetsbare jongeren) is dit niet wenselijk. Daarom verdient deze landelijke verkenning nader onderzoek naar de gesignaleerde risico’s.

Bron: SBCM, 19 december 2017.