Sociale werkbedrijven

Onze leden zijn partner voor de overheid en het bedrijfsleven bij de uitvoering van de Participatiewet. Zij beschikken over de kennis en expertise om mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te helpen. Zij zorgen er samen met werkgevers, ervaren jobcoaches en opleiders voor dat mensen met een beperking duurzaam inzetbaar worden op de arbeidsmarkt. Niet alleen bij de sociale werkbedrijven zelf, maar steeds meer bij werkgevers buiten het sociale werkbedrijf.  

Onze leden richten zich op een brede groep van mensen die (nog) niet zelf in staat zijn het minimumloon te verdienen, bijvoorbeeld vanwege een beperking of omdat ze al jarenlang niet meer gewend zijn te werken. Mensen die onder de nieuwe Participatiewet vallen. Dat zijn de ruim 90.000 Wsw-medewerkers en een groep van naar schatting 400.000 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

De leden zoeken naar verdergaande samenwerkings- en organisatievormen met het bedrijfsleven en de overheid. Alleen op deze wijze kan de uitvoering van de Wet Banenafspraak een succes worden. Afspraak is dat 125.000 extra banen voor mensen met een beperking worden gerealiseerd.

Cijfers en feiten

  • Cedris heeft ruim 90 leden. De leden van Cedris zijn volop in transitie, waarbij het ene bedrijf zich ontwikkelt tot een integrale uitvoeringsorganisatie van de Participatiewet en het andere bedrijf zich ontwikkelt tot een arbeidsontwikkel- en bemiddelingsbedrijfop afstand. Ook zijn verschillende sociale ondernemingen lid geworden van Cedris.
  • Sinds 2015 is er geen nieuwe instroom meer mogelijk in de Wsw. Het aantal mensen in de Wsw is daardoor teruggelopen van 104.000 in de periode 2012-2014, naar 91.500 in 2015.
  • Hier tegenover staat een instroom van zo’n 5.000 mensen die via de Participatiewet aan de slag zijn met loonkostensubsidie.
  • Het aandeel Wsw’ers dat werkt bij een gewone werkgever is in 2016 opnieuw gestegen van 38 procent in 2015 naar 40 procent in 2016.
  • Een derde van de sociale werkbedrijven wordt nog niet ingezet voor de uitvoering van de Participatiewet.
  • In 2016 is slechts een kwart van het beschikbare rijksbudget voor loonkostensubsidie ingezet. Bijna een derde van de gemeenten heeft dit instrument geheel niet ingezet. Er zijn sterke verschillen tussen gemeenten.

       

Toelichting op de financiële resultaten

  • Het financiële tekort in de sector is in 2016 opgelopen tot 295 miljoen euro. Dit komt door de bezuinigingen: de rijkssubsidie daalt jaarlijks, terwijl de loonkosten gelijk blijven, die liggen vast in de Wsw-cao. De besparingen door een efficientere bedrijfsvoering zijn in 2016 met 85 miljoen toegenomen, maar dit is onvoldoende om het tekort te compenseren.
  • De verwachting is dat het tekort de komende jaren verder zal toenemen.

 

Meer informatie, achtergronden, cijfers en feiten: Sectorinformatie 2016

fileadmin/contents/user_upload/Brancheinformatie_2014.pdf