Sociale werkbedrijven

Sociale werkbedrijven zijn partner voor de overheid en het bedrijfsleven bij de uitvoering van de Participatiewet. Zij staan bekend om hun kennis en expertise bij het realiseren van aangepast werk. Zo zorgen zij er samen met werkgevers, ervaren jobcoaches en opleiders voor dat mensen met een beperking duurzaam inzetbaar worden op de arbeidsmarkt. Niet alleen bij de sociale werkbedrijven zelf, maar steeds meer bij werkgevers buiten het sociale werkbedrijf. Dit gebeurt in de regel op detacheringsbasis.

Sociale werkbedrijven zoeken naar verdergaande samenwerkings- en organisatievormen met het bedrijfsleven en de overheid. Alleen op deze wijze kan de uitvoering van de Wet Banenafspraak een succes worden. Afspraak is dat 125.000 extra banen voor mensen met een beperking worden gerealiseerd.

Cijfers en feiten 2014

  • Er zijn circa 90 sociale werkbedrijven in Nederland. Het grootste deel van de sociale werkbedrijven krijgt – soms in een nieuwe organisatievorm – een rol in de uitvoering van de Participatiewet.
  • 100.000 mensen met een Wsw-indicatie werken via sociale werkbedrijven.
  • 37.000 mensen daarvan werken bij gewone werkgevers, 36% van alle Wsw’ers. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2005.
  • Sociale bedrijven namen meer dan de helft van de banen die in 2013 en 2014 zijn gerealiseerd bij gewone werkgevers voor hun rekening.
  • 40% van de Wsw'ers werkt in de sociale werkbedrijven zelf, op een beschutte werkplek of bijvoorbeeld in een test- of trainingstraject. Dit percentage is gelijk aan vorig jaar.
  • Sociale werkbedrijven verzorgen jaarlijks bijna 40.000 re-integratietrajecten.
  • Sociale werkbedrijven werken er hard aan om de kosten terug te dringen en de opbrengsten te verhogen. Dat vertaalt zich in 2014 in een verbetering van het financiële resultaat met € 22 miljoen.
  • Er is een tekort van € 81 miljoen.

Toelichting op de financiële resultaten

Het financiële resultaat van SW-bedrijven is voor het derde jaar op rij verbeterd. Het totale tekort liep terug van -182 miljoen in 2011 tot -81 miljoen in 2014. Sociale werkbedrijven hebben onder andere fors geïnvesteerd in de verbetering van de bedrijfsvoering.

De bezuinigingen van 650 miljoen op de huidige Wsw leggen echter een zware hypotheek op de uitvoering van de wet. De loonkosten van de Wsw’ers slokken een groot deel van het budget van gemeenten op. Die lonen liggen vast in de cao en de loonkosten zijn dus niet te beïnvloeden.

Uit ramingen van Cedris blijkt dat het tekort dat gemeenten op moeten vangen zal oplopen van -81 miljoen in 2014 tot -220 miljoen in 2020, als gevolg van geleidelijk oplopende bezuinigingen op de rijkssubsidie.

Kosten en opbrengsten

De kosten van sociale werkbedrijven bestaan uit loonkosten voor Wsw'ers, loonkosten voor de professionals van het sociale werkbedrijf en materiële kosten, zoals huisvesting en productiemiddelen.
De opbrengsten van sociale werkbedrijven bestaan hoofdzakelijk uit de subsidie voor de Wsw (73%), de netto omzet van detacheringen en de netto omzet uit de productie en eigen dienstverlening.

Financiële begroting van een gemiddeld sociaal werkbedrijf

  • Per arbeidsjaar ontvangt een sociaal werkbedrijf €26.300 aan Wsw-subsidie van het Rijk. Dit bedrag loopt geleidelijk aan terug tot € 23,000 in 2020.
  • In 2014 werd er gemiddeld per sociaal werkbedrijf € 9.500 omzet gemaakt.
  • In 2014 heeft een gemiddeld sociaal werkbedrijf een negatief bedrijfsresultaat van € 0,9 miljoen.

 

Meer informatie, achtergronden, cijfers en feiten over sociale werkbedrijven